Black Box Methode
Black Box Methode is helemaal geen methode. Eigenlijk is de Black
Box Methode niet een methode op zich. Het is een visie waarin er
mogelijkheden bestaan voor alle methodes die er bestaan.
Het uitgangspunt blijft echter dat we zo hondvriendelijk mogelijk
proberen de hond op te voeden en te begeleiden.
We kijken daarbij naar het gedrag dat de hond vertoont, we proberen
te achterhalen waarom de hond dat gedrag vertoont om vervolgens een
methode te kiezen die past bij dit gedrag in deze situatie.
Binnen de Black Box Methode is er ruimte voor de clicker, gebruikt
op alle mogelijke manieren, er is ruimte voor correctie, aangepast
aan de hond en op een wijze die hij snapt. De slipketting is hierbij
in principe niet nodig. Er is ruimte voor speeltjes, voor snoepjes,
voor stembeloningen en stemcorrecties, er is ruimte voor natuurlijke
signalen, het kan eigenlijk allemaal. Het enige dat we moeten doen
is het vertrouwen van de hond krijgen en aan de hond geven wanneer
hij iets goed doet. Hiernaast moeten we leren kijken naar wat de
hond wel voor gedrag vertoont en niet naar wat hij niet doet. Want
dat is zoveel meer.
Prikkels
Bij de Black Boxmethode gaan we ervan uit dat gedrag altijd een
reactie is op een van de prikkels in de omgeving van de hond.
Dit kunnen interne prikkels zijn die de interne toestand van de hond
via receptoren weergeven en dit kunnen externe prikkels zijn die de
hond via één of meerdere zintuigen bereiken.
Dit is een model van de Black Box Methode:
prikkel
gedrag/reactie
Hoe de hond reageert hangt af van de motivatie van de hond.
* Rangorde?
* Honger?
* Dorst?
* Territorium verdedigen?
* Socialisatie?
Motivatie
In de motivatie zit dus het antwoord verscholen op de eerder
gestelde vragen waarom honden reageren op de wijze waarop ze
reageren en waarom dat soms zo anders kan zijn.
De naam Black Box is in het model zo gekozen omdat het vrij moeilijk
te achterhalen is wat er zich nu precies afspeelt in de hersenen van
de hond.
Wel weten we dat elke hond een ander voorkeurslijstje heeft. Hoe da
voorkeurslijstje er precies uitziet weten we nooit voor honderd
procent zeker.
Dat moeten we zelf zien uit te vinden, elk ras en dan ook nog elke
hond van hetzelfde ras heeft een ander voorkeurslijstje.
Één ding weten we wel zeker: er zijn verschillen tussen honden.
Een Chihuahua zal anders reageren als hij schapen ziet dan een
Border collie. Dit betekent dat een deel van de motivatie in de
Black Box Methode toe te schrijven is aan aanleg van de hond.
Met andere woorden: motivatie wordt bepaald door aanleg.
Dit is echter niet genoeg.
Als een border collie voor de eerste keer schapen ziet en hij
vertoont drijfgedrag dat hem een plezierige ervaring oplevert, zal
hij een volgende keer waarschijnlijk net zo reageren.
Maar als hij door een ooi met lammetjes alle hoeken van het veld te
zien krijgt, mag je je afvragen of de hond het een volgende keer
weer zo aanpakt.
Dit betekent dat het eerder beschreven black box model niet volledig
is. Er moet iets aan informatie over het vertoonde gedrag worden
opgeslagen.
Het effect van het gedrag als reactie op de prikkel. Met andere
woorden: blijf ik doorgaan met hetzelfde gedrag, kan ik stoppen en
hoe pak ik het een volgende keer aan of hoe zeker niet.
Er moet dus aan het model een feedbackmechanisme worden toegevoegd.
Die feedback hebben we samengevat onder de noemer ervaring.
Motivatie is dus opgebouwd uit een combinatie van aanleg en
ervaringen.
Dit is een aardig model om mee te werken. Toch blijft de vraag
waarom de hond op het veld altijd komt als de baas hem roept en in
het bos niet.
Je hebt als prikkel in beide situaties een baas die roept, een baas
die wellicht ook in beide gevallen iets lekkers heeft, je hebt als
aanleg dat de hond kan horen, kan kijken, kan omdraaien en kan
rennen, dus ook naar de baas kan komen.
Als hij komt heeft hij in beide situaties de ervaring dat hij iets
lekkers krijgt.
Dit past in het hiervoor weergegeven model.
Context
De vraag waarom de hond anders reageert heeft met de omgeving te
maken. Het is bijna niet mogelijk om een prikkel te isoleren.
Er is dus nooit maar één prikkel, er is altijd een veelheid aan
prikkels in verschillende omgevingen. Met veel van die prikkels
heeft de hond in de loop der tijd ervaringen opgedaan. Meestal kan
hij echter maar voor één van die prikkels kiezen.
Hij kiest dan automatisch voor de prikkel die op dat moment voor hem
het meest interessant is. En dat bepaalt hij zelf.
Dit proces noemen we selectieve reactie bereidheid. Dit is dus niets
meer dan de bereidheid van de hond om een keuze te maken, om een
prikkel te selecteren uit alle prikkels die er bij hem binnen komen,
om daar vervolgens gedrag op te vertonen dat bovenaan zijn
voorkeurslijstje staat.
De omgeving met al zijn prikkels noemen we de context.
Elk ras en elke hond reageert anders op bepaalde prikkels, dat is
logisch omdat we de honden ook op hun ras gebonden eigenschappen
fokken.
Een jachthond reageert heel anders als hij een ree ziet dan een
sheltie dat doet, een Sheltie zal de ree willen drijven, terwijl de
jachthond hem achterna gaat.
Maar wel alle jachthonden zullen de ree achterna willen gaan, in
sommige gevallen wordt het afgeleerd, wat erg moeilijk is omdat het
aangeboren is en niet aangeleerd.
Iets wat aangeboren is lijkt moeilijk af te leren, je kan er ander
gedrag voor in de plaats vragen van je hond.
Zoek uit wat je hond leuk vindt, een bal misschien dan kan je hem
met de bal afleiden van de ree (voorbeeld) en zodra de hond geen
aandacht heeft voor de ree beloon je hem door hem de bal te geven.
Zo kan je erg veel “probleemgedrag” afleren, door er ander gedrag
voor in de plaats te vragen.
Wij gaan daar binnenkort iets over plaatsen.
Bron: P.Beekman met aanvulling van Saskia van Teijlingen.