Hondenschool:

Doggy's Fun

 

 
 

 

 

Start
Omhoog

Hondenschool voor een gehoorzame huishond

agressie alleen zijn antiblafband black box meth. blaffende.... benchtraining de clicker gedrag kalmerende signalen lichaamstaal opvoeding probl.met domin.agres. postbodesyndroom wij willen u terzijde... waarom proberen.... sporten met uw hond

Alleen zijn

De baasjes gaan weg, de hond blijft alleen thuis. Als de hond dan gaat blaffen en janken, loopt hij zenuwachtig rond, bijt van alles stuk of is onzindelijk, dan is de kans groot dat hij dat doet omdat hij niet goed alleen kan zijn. Het is een misverstand dat hij dit doet om wraak te nemen op zijn baasjes. Hij vertoont deze voor ons negatieve gedragingen alleen maar vanuit een pure onlust. Honden zijn roedeldieren. In de natuur blijft een roedel altijd samen. Gaat er één van de roedelleden weg, dan wordt er in de roedel aangenomen dat dit lid nooit meer terugkomt. Gaat het hier om iemand met een lage rang dan is zijn vertrek meestal niet zo erg. Een ranglagere heeft immers geen al te belangrijke functie binnen de groep. Gaat er echter een hogere weg, dan is de kans groot dat er binnen de roedel problemen ontstaan. Deze hogere heeft namelijk wel een belangrijke functie. Als deze wegvalt moet deze rol ingevuld worden door een lagere. Dit geldt zeker als het gaat om de leidersfunctie. De rangordeverschuivingen die hierdoor ontstaan binnen de roedel zorgen wel eens voor problemen tussen de honden die achterblijven.

Heb je maar één hond die achter moet blijven, dan wordt deze hond automatisch de leider. Niet elke hond kan goed omgaan met deze nieuw verworven rang van leider. Sommige honden, bètahonden genaamd, zijn niet zelfverzekerd genoeg om leider te zijn en kunnen behoorlijk over hun toeren raken als zij met deze functie worden geconfronteerd. Hieruit vinden we al twee mogelijke redenen waarom honden niet goed alleen kunnen zijn: de gedachte dat de baas niet meer terug komt en het idee om leider te moeten zijn.

Ruimte

Veel mensen zijn geneigd om alle deuren in huis open te zetten als hun hond alleen thuis moet blijven. Dit in de veronderstelling dat het zo voor de hond een beetje makkelijker is om alleen te blijven. Hij kan dan alles zien en gaan liggen waar hij wil.

Toch blijkt dit meestal niet te werken. Erger nog, hierdoor zou het zelfs kunnen gebeuren dat er nog meer gedragsproblemen ontstaan. Doordat de hond gerechtigd wordt overal en altijd te mogen zijn krijgt hij sowieso een hogere plaats in de hiërarchie van de roedel toebedeeld.

De hond mag zo dus een beetje baas zijn in het gezin. Honden die veel ruimte krijgen voelen zich helemaal niet beter. In tegendeel zelfs, een kleinere ruimte geeft honden meer het gevoel van veiligheid en geborgenheid. Ook wij mensen kennen dat gevoel. Stel, u wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Nu blijkt dat de sollicitatieruimte een enorm grote en haast lege zaal is met in het midden een tafel met daaraan een vijftal personen dat u gaan interviewen. U zult nu niet alleen gespannen zijn door de sollicitatie zelf, maar vooral ook door die grote ruimte. De ruimte overvalt je, je kunt je nergens aan vasthouden. Je krijgt in deze ruimte een gevoel van onmacht. Als u deze sollicitatie echter in een kleine kamer doet, dan zult u misschien wel zenuwachtig zijn voor het interview, maar druk door de kleine kamer ervaart u nu niet. Hieruit kunnen we concluderen dat u een hond die alleen moet blijven het beste niet teveel ruimte geeft. Zet hem liever in een kleine kamer of in een kamerkennel. Maak van deze ruimte een veilige plaats zodat hij zich hierin geborgen voelt.

Vertrekrituelen

Als u het huis uit gaat en laat u daarbij aan de hond vertrekrituelen zien, dan begint het probleem van niet alleen kunnen zijn nog voor u helemaal weg bent. Meestal vertonen de baasjes heel onbewust zulke vertrekrituelen. Jas of schoenen aandoen, autosleutels pakken, bepaalde deuren en of ramen sluiten. Dit zijn vaak rituelen die onvermijdelijk zijn, maar die het vertrek van de bazen voor de hond extra moeilijk maken. Erger zijn de rituelen die bewust worden uitgevoerd. Zo geven veel mensen hun hond een snoepje en een knuffel voor ze vertrekken. Verbale vertrekrituelen zoals 'braaf zijn, 'niets stuk maken', 'het baasje komt zo weer terug', zeggen niets meer tegen de hond dan dat hij er weer alleen voor zal staan. Al deze extra aandacht maakt de hond kenbaar dat de baasjes weg zullen gaan en brengt hem eerder in de problemen. Veel beter is de hond totaal te negeren bij het vertrek en bij thuiskomst te belonen als hij niets fout heeft gedaan tijdens de afwezigheid van de baas.

Direct bij thuiskomst negeert u in eerste instantie de hond. Pas als hij helemaal rustig is, beloont u hem met aandacht of een snoepje. Als u toch graag wat geeft bij het vertrek, maak dan gebruik van therapeutisch speelgoed zoals een activityball, Kong of mergpijp.

UW HOND LEREN ALLEEN TE ZIJN

Als een hond niet alleen kan zijn, moet u niet zijn negatieve gedrag aanpakken, maar de oorzaak van het probleem. U gaat hem dus niet afleren om iets stuk te bijten, te janken of te blaffen. De hoofdoorzaak is altijd te vinden bij het vertrek van de baas. Zoals eerder beschreven denken honden dat, als een roedellid weggaat, hij in principe ook niet meer terugkeert. Gemiddeld genomen hebben honden die niet alleen kunnen zijn slechts het eerste kwartier hiermee problemen. Houden de problemen toch langer aan dan is dat meestal te wijten aan verveling of frustraties. Hieruit kunnen we afleiden dat alleen het eerste kwartier van zijn alleen zijn dient te worden aangepakt.

U dient in feite ook de hond niet echt te leren om alleen te kunnen zijn, maar u leert hem dat als de baas weggaat hij ook wel degelijk terug zal komen. Neem een voor de hond goed herkenbare doos en vul die met hondensnoepjes. Zet deze doos op een vaste plaats in een kast. Enkele dagen na elkaar geeft u meerdere malen per dag, duidelijk in het zicht van de hond, hem een snoepje uit deze doos. Na enige tijd zal de hond deze doos zeer goed herkennen. Is hij uiteindelijk gek op de doos, dan kan de eigenlijke training beginnen. U brengt de hond op de plaats waar hij in de toekomst dient te verblijven als hij alleen gelaten zal worden. Dit kan in een kleine ruimte of in een kamerkennel zijn. Nu haalt u zijn koekjesdoos uit de kast en zet die buiten bereik, maar wel goed in het zicht van de hond. Door de doos in het zicht van de hond te zetten laat u eigenlijk toch een vertrekritueel zien.

Toch is dat in dit geval niet zo erg. De doos heeft hier namelijk een heel bepaalde functie. We hadden eerder de hond al gek gemaakt van deze doos. Hierdoor is hij zo fel bezig met de doos, dat hij haast niet meer in de gaten zal hebben dat de baas weggaat. Een ander voordeel van deze doos is dat de hond kan leren dat hij er een snoepje uit kan verdienen als hij zich gedraagt zoals het hoort. Nu alles klaar staat, gaat u naar de deur om weg te gaan. Nog voor u de deur bereikt keert u terug naar de hond, geeft hem een snoepje uit de doos en zet de doos terug in de kast. Hiermee is de eerste trainingssessie al afgelopen.

Let wel! U dient altijd naar de hond toe te gaan nog voor hij enig gedrag van verlatingsangst vertoont. Het kan dus best zijn dat u tijdens de eerste sessie niet eens bij de deur kunt komen. De volgende sessies verlopen op precies dezelfde manier. De hond op zijn plaats, de doos in zijn zicht en u gaat weg. Nu is het wel de bedoeling langzamerhand het weggaan op te bouwen. Dat wil zeggen: u neemt de deurkruk eens vast - doet de deur eens open en - deur openen en erdoor stappen - erdoor stappen en de deur sluiten .....

U ziet het, het duurt wel even voor u daadwerkelijk weg kunt gaan, maar alleen een zorgvuldig opgebouwd trainingsschema kan maken dat de hond zijn verlatingsangst kwijtraakt. Zodra u de deur achter u kunt sluiten, dus als de hond werkelijk alleen achter blijft, gaat u seconde per seconde opbouwen. Eerst maar één seconde wegblijven, dan twee, drie, vier,... Hoe verder u de tijd kunt oprekken, des te groter de stappen kunnen worden, maar voorzichtigheid is geboden. Gaat het eens een keertje fout, doe dan voldoende stappen terug in het leerproces. Stel: u gaat een halve minuut weg en plotseling begint de hond te janken. Stop de sessie zonder een beloning en begin opnieuw, maar nu blijft u amper één seconde weg en bouwt geleidelijk weer op wat de tijd betreft.

Uit "Hondenproblemen oplossen", door Erik Sannen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan flendo@msn.com.
Laatst bijgewerkt: 21 maart 2010