Hondenschool:

Doggy's Fun

 

 
 

 

 

Start
Omhoog

agressie alleen zijn antiblafband black box meth. blaffende.... benchtraining de clicker gedrag kalmerende signalen lichaamstaal opvoeding probl.met domin.agres. postbodesyndroom wij willen u terzijde... waarom proberen.... sporten met uw hond

 

 

 

 

 

 

AGRESSIE

Het gedrag van een hond wordt voor een belangrijk deel bepaald door wat hij ruikt. Geuren spelen in het leven van een hond een zeer voorname rol en daarom noemen we honden ook wel "neusdieren".

KLIERIGE KLIEREN

Honden herkennen elkaar aan de geuren, die ze bij zich dragen. Behalve door de urine en de ontlasting produceert een hond ook geur door de anaalklieren. Juist onder de anus komen bij de hond twee kleine kliertjes naar buiten. Anaalkliertjes scheiden een bepaalde erg stinkende olieachtige stof af, die wordt opgeslagen in de anaalzakjes, een soort blaasjes die hun uitmonding hebben aan beide zijden onder de anus. Dit vocht dient om eventuele belagers af te schrikken. De hond kan namelijk, net als de bunzing en andere stinkdieren, een behoorlijke hoeveelheid daarvan uitspuiten om zijn aanvallers af te schrikken. Maar onze huishond heeft bijna geen vijanden en daarom worden deze zakjes nauwelijks nog geleegd. Door ophoping kan irritatie ontstaan, waarna ontsteking van de anaalzakjes optreedt, die met antibiotica moet worden bestreden.

GEURVLAGGEN

Bij de voortplanting speelt de geur van de loopse teef een belangrijke rol bij het vinden van de partner. Maar geur is ook heel belangrijk bij het afbakenen van het territorium. Het overal tegenaan plassen van een reu, bij voorkeur tegen bomen, lantaarnpalen, straathoeken en andere opvallende plaatsen in het terrein is niets anders dan het plaatsen van zogenaamde "geurvlaggen." Een paar druppels urine zijn gewoonlijk al voldoende en honden geven daarmee aan, dat deze reu (of teef) de bezitter is van het gebied en daarin geen andere honden wil zien (of beter gezegd ruiken). Hij zal zo voortdurend een heel gebied afbakenen en als hij merkt, dat een andere reu op zijn gebied een geurvlag heeft geplaatst, dan zal hij het nog eens overdoen en zo zijn gebied weer markeren. Veel honden deponeren hun ontlasting bovenop een graspol, een grote steen of een boomstronk. Hierna zullen ze schoppende bewegingen met de achterbenen maken. Dit doen ze niet - zoals de kat doet - om hun geur te begraven en te verbergen, maar juist om de geur te verspreiden. Andere honden weten dan, wie er de baas is in dat territorium.

TERRITORIUM

Een roedel wolven komt niet op het terrein, dat door een andere roedel met geurvlaggen is afgezet. Zouden ze zich wel op dat gebied wagen, dan kunnen er zeer hevige gevechten ontstaan. De roedel die vreemd is op het terrein zal het verliezen, want degene die op eigen terein vecht is veel agressiever en zekerder van zijn positie. We zien dat ook bij onze huishonden die onze tuin, auto of huis bewaken. Vreemde honden vermijden die plaatsen, want een hond in zijn territorium is veel agressiever bij de verdediging daarvan. We zien dan ook, dat de indringer snel naar zijn eigen gebied terug keert en op de grens van de terreinen nemen beide een dreigende houding aan. Volgens de Engelse bioloog Darwin moet "de strijd om het bestaan" worden opgevat als een concurrentiestrijd tussen soortgenoten. Deze concurrentiestrijd is nodig voor het voortbestaan van de soort. Het sterkste mannelijk dier wint gewoonlijk de gunst van de vrouwelijke dieren en krijgt meer nakomelingen dan de andere mannetjes.

RANGORDE

In de roedel heerst een strenge orde en de gevechten die er tussen soortgenoten plaats vinden dienen om de rangorde in stand te houden. Als de dieren de ruimte hebben en kunnen vluchten, verlopen deze gevechten gewoonlijk niet dodelijk. De sterkste en meest ervaren reu of rekel (en soms ook een teef) is de roedelleider en de opdringerige jonge dieren wordt dat snel duidelijk gemaakt. De rangorde ontstaat al bij de pups in het nest rond de derde levensweek. Zodra de jongen dingen doen die de moeder niet aanstaan is zij kort agressief tegen haar pups. Ze gromt, snauwt, pakt ze in het nekvel en schudt ze. Ze zal haar pups echter niet dood bijten. Zo voedt ze haar kinderen op en brengt ze haar pups gehoorzaamheid bij, die noodzakelijk is om de overlevingskans in de natuur zo groot mogelijk te maken.

BIJTREMMING

Zodra twee vreemde wolven elkaar ontmoeten nemen ze een imponeerhouding aan. Ze maken zich groter, zetten hun rugharen overeind en lopen met stijve benen en opgetrokken lippen om elkaar heen. De één wil dan soms niet onderdoen voor de ander. Is echter één van beiden duidelijk de mindere, een minder zelfbewust dier, dan zal die mindere in kracht (en lager in rangorde) dat tonen door onderwerpingsgedrag. Hij zal op zijn rug gaan liggen en de meerdere zijn kwetsbare delen, buik en hals, tonen. Door zijn staart tussen zijn benen te trekken bedekt hij de geur van de anaalzakjes, die bij ranghogere dieren een teken van macht zijn. Door dit onderdanigheidsgedrag ontstaat er bij de ranghogere veelal een remming om toe te bijten, de zogenaamde bijtremming. Wel kan hij de ranglagere dan nog even bij de hals vastbijten, maar hij zal hem in zulke gevallen niet doden. Normale honden hebben een zelfde bijtremming, net als alle andere in troepen levende roofdieren. Als dit mechanisme ontbrak, zouden ze elkaar uitroeien en het voortbestaan van de soort in gevaar brengen. We zien eenzelfde remmingsmechanisme bij oudere honden, die met een jonge hond - tot ongeveer zeven maanden - aan het bakkeleien raken. Zulke jonge honden worden niet gebeten en ook zal normaal gesproken een reu geen teef aanvallen; het omgekeerde is wel het geval.

BIJTEN

Ten aanzien van het begrip "bijtremming" schreef Dr Hellmuth Wachtel uit Wenen onlangs nog het volgende: "Konrad Lorenz, wiens enorme wetenschappelijke verdiensten onbetwist zijn, had het echter mis toen hij dacht dat wolven (en honden met dienovereenkomstige instincten) elkaar nooit verwonden of doden. Ernstige bijtgevallen en zelfs doden kan voorkomen in gevallen van serieuze gevechten, bijvoorbeeld bij rangordegevechten of de strijd om het leiderschap. In zulke gevallen kan geen enkel onderwerpingsgedrag de agressie van de hoger geplaatste stoppen en de verliezer kan slechts proberen zichzelf te verdedigen of te ontsnappen. Het doden van wolven door wolven is een belangrijke reden gebleken voor dc sterfte van wolven in de vrije natuur. Onderwerpingsgedrag is slechts effectief bij het stoppen van agressie onder meer rustige en "vriendelijke" dagelijkse sociale omstandigheden.

OP DE RUG

Het onderwerpingsgedrag is een voortvloeisel van het gedrag van jonge dieren tegenover hun moeder. Een pup gaat op zijn rug liggen en toont zijn buik, waarna de moeder hem gaat likken. Door het likken van de teef wordt de pup geprikkeld tot het lozen van urine en ontlasting, zodat de teef haar pups kan schoonhouden. We zien bij jonge en volwassen honden eenzelfde op-de-rug gaan liggen, als ze spontaan bedelen om aangehaald te worden. Er zijn zelfs volwassen honden, die daarbij nog wel eens wat urine laten lopen. Deze honden zijn niet onzindelijk, maar wel weinig zelfbewust en abnormaal onderworpen. Dit gebeurt soms al, als ze de stem van de baas horen.

LEIDERSCHAP

De mens wordt door de hond automatisch als een meerdere erkend en hij wordt door een pup of jonge hond zonder meer gezien als roedelleider. Doordat de mens rechtop loopt heeft hij een imponeerhouding, die kenmerkend is voor de roedelleider. Of hij echter de roedelleider kan blijven hangt af van de mate, waarin hij zijn gezag weet te handhaven en de jonge hond naar behoren weet op te voeden en gehoorzaam te maken. De toekomst voor het leiderschap ligt dus volledig bij de mens. Indien deze echter verzaakt, zal de hond gewoonlijk het roer overnemen. . . .

Bron: Ruud Haak, Onze Hond, augustus 1997

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan flendo@msn.com.
Laatst bijgewerkt: 04 juli 2010